Contact details

Susan Raaijmakers
Partner
Op 10 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de toepassing van de vrijstelling overdrachtsbelasting bij een (gefaseerde) bedrijfsopvolging.
In de overdrachtsbelasting bestaat een vrijstelling voor de verkrijging van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon in het kader van een (gefaseerde) bedrijfsopvolging. In de voorliggende zaak stond de vraag centraal of deze vrijstelling ook van toepassing is indien de aandelen niet rechtstreeks door de kinderen van de ondernemer worden verkregen, maar via een vennootschap die indirect in handen is van de kinderen.
De Hoge Raad oordeelt dat de vrijstelling in dat geval niet van toepassing is. Volgens de Hoge Raad volgt uit de wetsgeschiedenis dat de wetgever de vrijstelling heeft willen beperken tot overdrachten tussen natuurlijke personen, zoals een ondernemer en diens kinderen. Omdat in deze casus sprake was van een indirecte verkrijging via een BV, is volgens de Hoge Raad terecht overdrachtsbelasting geheven.
Belang voor de praktijk
Bij bedrijfsopvolgingen ligt de focus in de praktijk vaak op inkomstenbelasting en schenk- of erfbelasting. Deze uitspraak benadrukt dat ook de overdrachtsbelasting een relevante, vaak onderbelichte rol speelt, wanneer vastgoed onderdeel uitmaakt van de structuur.
Het is derhalve van belang om bij (gefaseerde) bedrijfsopvolgingen tijdig te beoordelen of aan de voorwaarden voor de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting wordt voldaan om ongewenste verassingen te voorkomen.
Als het Nederlandse lid van het internationale Taxand Global netwerk bieden wij wereldwijde dekking met lokale expertise. Zo bent u verzekerd van effectief advies van hoge kwaliteit, ongeacht waar uw activiteiten zich bevinden.