Wat is schijnzelfstandigheid?
Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer partijen een samenwerking als zelfstandige opdracht vormgeven, terwijl de arbeidsrelatie eigenlijk als een arbeidsovereenkomst kwalificeert. De naam van het contract en de wens van partijen zijn daarbij niet doorslaggevend. Vooral de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden bepaalt hoe de arbeidsrelatie juridisch en fiscaal kwalificeert.
Opdrachtgevers lopen bij een onjuiste kwalificatie onder meer het risico op naheffingen van loonheffingen, pensioenafdrachten, boetes en mogelijke arbeidsrechtelijke aanspraken van de werkende.
De voorgestelde Zelfstandigenwet: twee toetsen
De Zelfstandigenwet wil duidelijker maken wanneer iemand als zelfstandige kan werken. Het voorstel introduceert daarvoor twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Als aan beide toetsen wordt voldaan, geldt volgens het voorstel een zogenoemde veilige haven: er is dan in ieder geval juridisch geen sprake van een arbeidsovereenkomst.
Overigens is het dan nog wel mogelijk dat er sprake is van een zogenoemde fictieve dienstbetrekking, zodat de opdrachtgever alsnog loonheffing verschuldigd is. Verder is van belang dat de kwalificatie volgend uit de Zelfstandigenwet niets zegt over het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting en BTW. Dezen hebben hun eigen toets.
1. De zelfstandigentoets: is de opdrachtnemer ondernemer?
De zelfstandigentoets kijkt naar de manier waarop de opdrachtnemer zelfstandig ondernemerschap invult. Het voorstel noemt drie criteria:
- Meerdere opdrachtgevers: de zelfstandige heeft in het afgelopen kalenderjaar en het lopende jaar minimaal drie opdrachtgevers. De tweede en derde opdrachtgever moeten wel enige “substantie” hebben.
- Besteding van minimum bedrag aan voorzieningen ivm ondernemersrisico’s: de zelfstandige besteedt een minimumbedrag aan voorzieningen voor ondernemersrisico’s, zoals bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenvoorziening en/of beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Welke voorzieningen het zouden moeten zijn en voor welke bedragen, wordt nog nader bepaald.
- Voldoen aan administratieve basisvereisten: de zelfstandige voldoet aan de toepasselijke administratieve verplichtingen, zoals inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een zakelijke bankrekening, een btw-identificatienummer en is zelf verantwoordelijk voor de facturatie.
Deze criteria zijn bedoeld om zichtbaar te maken of iemand daadwerkelijk als ondernemer opereert.
2. De werkrelatietoets: hoe werken opdrachtgever en opdrachtnemer samen?
De werkrelatietoets kijkt naar de concrete afspraken binnen een specifieke arbeidsrelatie en de dagelijkse praktijk. Hierbij gelden vier criteria:
- De bedoeling van partijen: partijen moeten de bedoeling hebben om buiten een arbeidsovereenkomst samen te werken. Die bedoeling is relevant, maar niet voldoende om zelfstandig ondernemerschap vast te stellen.
- Vrijheid in de uitvoering: de opdrachtnemer heeft ruimte om zelf te bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd. De opdrachtgever mag wel instructies geven over wat er gedaan moet worden (op te leveren resultaat, verwachtingen).
- Vrijheid in werktijden en werkplek: de zelfstandige heeft in beginsel invloed op wanneer en waar het werk plaatsvindt. Locatie- en tijdsgebonden werk mag wel indien dat nodig is.
- Werken voor eigen rekening en risico: de opdrachtnemer draagt ondernemersrisico en heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het resultaat. Denk aan verantwoordelijkheid voor de uitvoering, kosten (de beloning is gekoppeld aan het resultaat) of het herstellen van fouten.
Niet alleen de contractuele afspraken zijn van belang. De feitelijke uitvoering van de opdracht moet daarmee overeenkomen. Een overeenkomst waarin staat dat iemand zelfstandig werkt, biedt dus geen zekerheid als de opdrachtgever in de praktijk bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt gedaan.
Indien niet wordt voldaan aan beide toetsen van de Zelfstandigenwet, zorgt dat er niet automatisch voor dat een zelfstandige wordt gezien als werknemer. In dat geval moet de arbeidsrelatie nog getoetst worden aan het geldende juridische kader, de zogenoemde Deliveroo-criteria.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers?
De Zelfstandigenwet is op dit moment een voorstel en zodoende nog niet van kracht. Opdrachtgevers moeten hun samenwerkingen daarom blijven beoordelen aan de hand van het geldende juridische kader en regelmatig controleren of de dagelijkse praktijk aansluit bij de gemaakte afspraken. Gezien het risico op onder andere naheffingsaanslagen en boetes is het raadzaam om een proces in te regelen om het risico op herkwalificatie van de arbeidsrelatie te minimaliseren. Hierbij zou alvast geanticipeerd kunnen worden op de voorgestelde Zelfstandigenwet. Wij helpen u hier uiteraard graag mee.